Twee mensen vielen van het dak. Zij vielen beiden van het dak van een nieuw gebouw met vier verdiepingen. Van een school, naar het schijnt. Zij zakten in zittende houding over het dak naar beneden tot aan de uiterste rand en begonnen toen te vallen. De eerste die hun val opmerkte was Ida Markovna. Zij stond in het tegenoverliggende gebouw voor het raam en snoot haar neus in het glas. En plotseling zag ze dat iemand van het dak van het tegenoverliggende huis begon te vallen. Nader beschouwd zag Ida Markovana dat het er twee tegelijk waren die begonnen te vallen. Helemaal in de war trok Ida Markovna haar hemd uit en begon hiermee zo snel mogelijk het beslagen vensterglas schoon te vegen om beter te kunnen zien wie daar van het dak vielen. Toen zij echter besefte dat de vallenden van hun kant haar naakt konden zien en wie weet wat van haar zouden denken, sprong Ida Markovna van het venster weg en verstopte zich achter de gevlochten driepoot waarop eens een bloempot had gestaan.
Op dat moment werden de beide van-het-dak-vallenden gezien door een ander persoon die in hetzelfde huis woonde als Ida Markovna, alleen twee verdiepingen lager. Deze persoon heette ook Ida Markovna. Zij zat op dat moment juist met haar benen op de vensterbank en naaide een knoop aan haar pantoffel. Toen zij uit het raam keek, zag zij de beide van-het-dak-vallenden. Ida Markovna schreeuwde het uit, sprong van de vensterbank en begon haastig het raam te openen om beter te kunnen zien hoe de van-het-dak-vallenden tegen de aarde te pletter zouden slaan. Maar het raam ging niet open. Ida Markovna herinnerde zich dat ze het raam had vastgespijkerd en stormde op de oven af waarin ze haar gereedschap bewaarde: vier hamers, een beitel en een nijptang. Met de tang rende ze naar het raam en trok de spijker los. Nu sprong het raam gemakkelijk open. Ida Markovna boog een eind uit het venster en zag hoe de van-het-dak-vallenden suizend op de aarde afvlogen.
Op de straat had zich al een klein groepje mensen verzameld. Er klonk al gefluit, en op de plaats van de te verwachten gebeurtenis verscheen zodner haast een politieagent, klein van stuk. De besnorde huismeester liep druk rond, hij dreef de mensen uiteen met de verklaring dat de van-het-dak-vallenden terecht konden komen op het hoofd van degenen die zich verzameld hadden.
Tegen die tijd begonnen de beide Ida Markovna’s, uit het raam hangend, de een aangekleed, de ander naakt, te kruisen en te trappelen. En daar sloegen eindelijk de twee van-het-dak-vallenden met uitgestrekte armen en opengesperde ogen tegen de aarde te pletter.
Zo slaan ook wij soms, in een val van bereikte hoogten, tegen de troosteloze kooi van onze toekomst te pletter.




